gedicht met motto
aangezien ik denk dat de realiteit in geen enkel opzicht reëel is
hoe zou ik dan kunnen geloven dat dromen dromen zijn*
*(Saigyo, rondreizende dichter en monnik, Japan, 12de eeuw)
je staat aan de rand. het is donker maar heel stil. je
wacht, laat het uitzicht een beetje rekken. wat je bij je draagt is
niet te zien. de vage donkere vlek in je armen zou van alles
kunnen zijn : een gewonde haas, ’n verlept boektje wilde
bloemen, hooi. je staat er alleen, kijkt ongedwongen naar
struikenduisternis, links en rechts een rij boomstronken. hout-
gesneden verwoesting met open gelaten plekken, vijf vinger-
breed. wat daarachter ligt is nog beeldloos en wordt zo vrij voor
het volgende uitzicht. vermoedelijk vader- moedergezicht. alsof
je echt naar hun verlangt, willen ze duidelijker het donkere
landje in komen vorm krijgen. je hoort ze nu of was dat een
windvlaag, maar ze verworden tot wemelende bloesems
– scherp getekend – in de leegte alom, alsof er echt een opleven
is : zoals herten en hinden genieten van een park zonder
mensen, gras groeit alsof woorden nooit zijn gesproken ‒
(Volkskrant, november 2025)